HOE KIES IK DE JUISTE PLANK EN HET JUISTE ZEIL VOOR WINDSURFEN?

(2)

 

1.Checklist voor windsurfmateriaal: plank en zeil

 

 


  1. Handpaddles

  2. Footstraps

  3. Nose

  4. Tail

  5. Vin

  6. Mastvoet

  7. Trapezetouw

  8. Giek

  9. Mast

  10. Lat


 

a) Plank:

  • Afhankelijk van je niveau

  • Afhankelijk van je lichaamsbouw

  • Afhankelijk van het type (windsurfen, funboard)


Deze drie elementen zijn van belang bij het kiezen van een windsurfplank. Ze zijn onderling afhankelijk en bepalen de keuze van je materiaal.


 

b) Zeil:

  • Afhankelijk van je niveau

  • Afhankelijk van je lichaamsbouw

  • Afhankelijk van de windkracht - je moet je zeil aanpassen aan de sterkte van de wind


Het zeil moet aangepast zijn aan de weersomstandigheden. Naast het weer is ook je lichaamsbouw van belang voor een optimaal glijcomfort.


 

2. Je niveau en programma:

De keuze van je surfplank en de maat van het zeil hangen af van je niveau, je gewicht en de windkracht.


 

a) RECREANT of INITIATIE: bij lichte of matige wind. Je wilt (opnieuw) beginnen met windsurfen. Je wilt surfen met je kinderen. Je doet aan windsurf op meren of in zee zonder golven en bij een windkracht lager dan 2 beaufort.


 


 

Kies voor een grote plank en een zeil dat is aangepast aan je niveau en lichaamsbouw.


 

b) FREERIDE : je houdt van planeren en snelheid en je windsurft met de voeten in de footstraps? Je kan je uit de slag trekken op kleine golven en bij windsterktes van meer dan 5 beaufort?

Dan kies je best voor een veelzijdige freeride-plank, die je heel wat progressiemarge geeft.


 

c) GOLVEN: je beheerst de golven, je kunt springen met je plank of op brekende golven riden. Je plank moet wendbaar en licht zijn, je zeil wendbaar en verstevigd.

Je kiest best voor een golfsurf- of freestyleplank, die zijn kleiner en dus zeer wendbaar.

 

3. Belangrijke criteria voor je keuze:


 

a) GEBRUIKSGEMAK:

  • Plank: hoe volumineuzer de plank, hoe gemakkelijker je ermee kunt surfen. Een grote plank biedt meer drijfvermogen, perfect voor je stabiliteit tijdens de eerste lessen.

  • Zeil: hoe kleiner het zeil, hoe gemakkelijker. Je moet wel rekening houden met je lichaamsbouw, je niveau en de windkracht.


 

b) WENDBAARHEID:

  • Plank: Korte planken zijn wendbaarder en maken het gemakkelijker om figuren en sprongen in te zetten.

  • Zeil: hoe kleiner het zeil, hoe wendbaarder, maar grote en forse mensen kiezen best voor een groot zeil. Ook de weersomstandigheden spelen een rol.


 

c) LICHTHEID:

  • Plank: met sandwichconstructies win je aan gewicht en surf je bijgevolg op een lichtere plank.

  • Zeil: het gewicht van het zeil wordt deels bepaald door het aantal latten dat erin zit. Voor beginners raden we zeilen aan met 4 of 5 latten, die zijn immers wat lichter.


 

d) STEVIGHEID:

  • Plank: de stevigheid van je plank hangt af van de gebruikte materialen.

  • Zeil: de rastervormige stoffen op het zeil zorgen voor een betere weerstand in de golven.


 

e) VERMOGEN:


 


 

- Zeil: hol profiel en veel latten. Voor meer power tijdens het surfen raden we aan een zeil te gebruiken met spanners. Zo kan je je zeil een voorgevormde vorm geven om te vermijden dat het te bruusk 'uitzet', bovendien win je zo aan kracht.


Bekijk de zeilen
Bekijk de masten
Bekijk de gieken
windsurfen
Zie ook: Hoe kies ik een windsurftrapeze? Hoe kies ik mijn windsurftuig?






 

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Vote
HAUT DE PAGE